Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Thierry Deleu
 Thierry Deleu

Recensie over de bundel "De kiemjaren"

 geschreven door Ludo Geloen





De Kiemjaren van Thierry Deleu :

de liefde anders en toch gelijk!

De Kiemjaren gaat over de jeugd van de dichter. Het woord “inleiding” is niet bepaald een kleurig woord, maar toch zegt het genoeg: ik moet je ergens heen leiden, je ergens binnenloodsen, ik ben de sleutel op een deur. Ik zal dit doen “aan de hand van” een thema. Als componist varieer ik meestal op een gegeven melodie.

Toen ik enkele jaren terug geplaagd werd door een aantal iritissen (d.i. een ontsteking van de iris, het gekleurde deel van je oog), moest ik herhaaldelijk naar de oogarts. Je kent dat: je dient één oog af te dekken en met het andere moet je proberen de letters te ontwaren die op de muur recht tegenover je geprojecteerd staan. Het viel mij op dat, wanneer ik juist naast de te raden letter keek, ik soms meer zag dan wanneer ik recht op het woord keek.
Ook met de sterren aan de hemel is dat zo. De laatste tijd fascineren de hemellichamen mij meer dan de aardse. Ook daar kun je meer zien door naast de dingen te kijken.
Dus mijn thema waarop ik wil variëren luidt: “Kijk naast de dingen, zo zie je meer.”

Het wordt een thema met 5 variaties. Waarom? In poëzie kan men wonen. Indien poëzie een soort huis is, dan is de dichter de architect. Dan zijn wij, de lezers, de bewoners en zijn de woorden de bakstenen. Diegene die de bakstenen tot bij de bewoners brengt, is de aannemer, hier dus de uitgever.

1. We staan stil bij de eerste variatie: de poëzie is een huis.
Dichten is wonen in een huis met vele kamers. Carl Gustav Jung zei: “Het ene boek zal het andere openen.” Misschien is dit ook zo met een huis: “De ene deur zal je naar een andere deur brengen.” Ik denk dat dit huis vele kamers heeft en wanneer we naast het huis kijken, zien we de tuin. Aan de tuin kent men de bewoner. Wanneer we naar de titel kijken van deze bundel, zien we al een tipje van de sluier die over de tuin van Thierry Deleu ligt: we kunnen reeds de kiemen zien van de dichter op vandaag. Want “de kiemjaren” gaan over de jeugd van de dichter, de kiemzaden van de man van vandaag.
Als je poëzie leest, moet je “tussen de verzen” lezen, je moet ernaast kijken. Dus, het huis heeft één of meerdere verborgen kamers. Aan de lezer om die te vinden. Dit lijkt mij spannend.

2. De man die de verborgen kamer uitvond, is natuurlijk de architect, de tekenaar van het plan: de dichter van de bundel.
Ik leerde Deleu kennen via de “Orde van de Scheermesjes”. Eerst vroeg ik mij af, of die Orde een grap was, maar al vlug was het een bloedserieuze grap. Derek van ‘t Gulle Zand werd mijn poëziementor, hij was voor mij broodnodig. Ik las zijn romantrilogie en veel van zijn gedichten. Toch heb ik lang gedraald om hem op te zoeken. Ik had mij een beeld gemaakt van de persoon ien ik wilde dat bewaren. Toen ik hem dan toch ontmoette, klopte het beeld natuurlijk niet. Hij was kleiner dan ik dacht en zijn stem was hoger. Van dat stemgeluid heb ik voluit kunnen genieten, want Thierry Deleu is een babbelaar (als hij eenmaal zijn eerste schroom heeft overwonnen).
Gespreksthema’s waren de thema’s van deze gedichtenbundel: de Westhoek, de oorlog, de vrouw in al haar aspecten (ook de kat, die voor mij een vrouwelijk dier is), onze ouders, de dood.

We moeten echter ook naast de architect kijken: naast de dichter zien wij zijn vrouw. Misschien moeten we dat meer doen: naar de persoon kijken die juist naast ons staat…

3. Dan komen we uit bij de lezers: de bewoners van het huis.
De lezer is nieuwsgierig naar wat Thierry Deleu geschreven heeft, anders zou hij of zij niet naar deze voorstelling zijn gekomen. De lezer is nieuwsgierig naar die verborgen kamer van dat huis dat de dichter heeft gemaakt. De kiemjaren doet ons juist naast ons eigen zelf kijken. De kiemjaren gaat over de jeugd van de schrijver en automatisch ook over onze jeugd. In onze jeugd worden wij gevormd: het zaad is gepland en de jaren dienen eroverheen te gaan, met veel zon en regen. Poëzie is dus een remedie tegen het vergeten.

4. Ons vierde thema is de bundel zelf, de bakstenen, de woorden. We moeten naast de woorden lezen. Poëzie is een code en die is te breken via opgedane kennis. Kennis over poëzie als kunst, kennis over jezelf en de tijd waarin wij leven.
Wanneer ik het woord “kiemjaren” op de rooster leg, zie ik een samensmelting van twee woorden: “kiem” en “jaren”.
Kiem is datgene waaruit iets voortkomt of kan voortkomen, kortom: de oorsprong Jaaris de tijd en telt 12 maanden
Kiemjaaris het jaar dat nodig is om de leeftijd van een boom te vinden.

De gedichtenbundel gaat over het bouwjaar of -jaren van de dichter. Of over onze bouwjaren als de bundel een spiegel zou zijn.

5. Geen gedichtenbundel echter zonder uitgever: Razor’s Edge Editions uit Gent. Ik noem het R.E.E.: een dier of een muzieknoot. Kijken we ernaast, dan komen we weer uit bij de “Orde van de Scheermesjes”.

Als slot kijk ik even naast de bundel. Thierry Deleu is ongetwijfeld één van de beste liefdespoëten in Vlaanderen en Nederland, zeker. In zijn gedichten roept hij herkenning op, identificatie, gevoeligheid die herkenning evoceert. Als lezer word je soms in de rol van voyeur geduwd. Je voelt er je onwennig bij. Moet je lachen of huilen? Is het cynisch of is het triestig? Zoals het met een ironisch mens vergaat, weet je nooit echt wat sneer is en wat als verbloeming is bedoeld. Wat grap is, en wat droefgeestigheid.
Nieuw in De kiemjarenis de triviale sfeer die de meeste gedichten kleurt. De liefde is nog altijd het uitgangspunt, maar zij is hier zo ontroerend jong, onbezoedeld, puberaal dat zij een gevoel van “verloren onschuld” symboliseert. Anderzijds wordt dit gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek en agressie. Deze poëzie, of beter het triviale in deze gedichten, zal menig lezer verrassen.

Poëzie kan zingen en is soms ook muziek. Daarom heb ik een muzikaal commentaar opDe kiemjarengemaakt. De getallen 3 en 4 zijn een basis voor de bundel, de gedichten zijn als gestolde miniaturen in een driekwartsmaat: het muziekwerk staat in de maat van 4 en is opgebouwd uit 3 klankkleuren. Ik draag dit muziekwerkje dan ook op aan Thierry Deleu.

© Ludo Geloen

Thierry Deleu, De kiemjaren, Razor’s Editions, 2006,
e-mail Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Reageren? Klik hier

Bewaren