Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Anton Korteweg

 


Recensie, geschreven door Evert van der Veen, over de bundel


Ouderen zijn het gelukkigst

gedichten van

Anton Korteweg





Deze hedendaagse dichter studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en algemene literatuurwetenschap en daarna werd hij docent Nederlands aan het lyceum in zijn woonplaats Leiden en later docent aan de universiteit van Leiden. In 1979 ging hij werken bij het Letterkundig Museum.
Sinds zijn debuut in het literair tijdschrift Tirade in 1968 heeft Anton Korteweg tot nu toe twaalf dichtbundels en vier bloemlezingen gepubliceerd die in dit boek zijn gebundeld.

De poëzie van Korteweg valt op door de wat ironische en scherp getekende beschrijving van kleine alledaagse gebeurtenissen waarin een ondertoon van melancholie ligt verborgen. Een prachtig voorbeeld van die observatie is ‘Meisje met de parel’, het schilderij van Johannes Vermeer. Zo neemt hij mensen in zijn omgeving, het onderweg zijn in de natuur en ontmoetingen met mensen waar. De aanleiding is meestal maar klein maar leidt tot een mooie beschouwing.


Er zijn veel jeugdherinneringen, doortrokken van heimwee, waarin observaties van groei en ontluikende sexualiteit belangrijk zijn. Dikwijls is er sprake van verlangen naar wat voorbij is en is de ouderdom iets onvermijdelijks dat z’n eigen goeds heeft maar toch ook duidelijk confronteert met de menselijke vergankelijkheid zoals in ‘Brandend’.


Zijn woordkeuze is alledaags waarbij hij directe, soms zelf wat platte taal niet schuwt en daarin wel scherp aangeeft hoe mensen ten diepste denken en de dingen om hen heen beleven.


Zijn gedichten zijn in het algemeen kort en krachtig van stijl, met name in de bundel ‘De zonnebloemen werden zwart’. Dikwijls is er een opvallend einde waar de lezer over kan nadenken, een soms onthullende slotzin waarin de clou naar voren komt of een onverwachte wending die een zeker schokeffect heeft. Mooie voorbeelden hiervan zijn ‘Sprookje’ met de slotregel ‘Hoe jij en ik dat was’ en ‘Huisregel’ met ‘Dat leren ons keuken en bed’ als laatste regel waarin alles wordt samengevat.

Met name in de oudere gedichten speelt het christelijk geloof een duidelijke rol zoals in het gedicht 'Old time religion': een herinnering aan religieuze jeugdervaringen. Ook het gedicht 'Het land waar het leven goed is' vertelt op milde wijze over geloven en zondagse kerkgang.
Prachtig is het gedicht 'Assimilatie' waarin hij zichzelf ondanks het generatie- en cultuurverschil herkent in de geloofsbeleving van zijn opa: 'verborgen omgang...... als mijn opa vroeger met God'. Soms is er ook zijn zoeken naar God 'uit de diepte, schreeuwend’, in het gedicht 'God roept u'.
Dikwijls heeft zijn taalgebruik een bijbels getinte achtergrond en daarin toont hij zijn christelijke herkomst zonder hierin dierbaar of evangeliserend te worden.


De dichter beschrijft graag alledaagse onderwerpen en hij doet dat op directe, soms zelfs iets confronterende wijze. Het wordt echter nergens banaal maar dingen als sexualiteit worden soms wel heel direct benoemd. In de bundel ‘Hoe eenzaam bleef hij achter’ speelt sexualiteit een belangrijke rol: ‘Jonge leraar’: een sexueel getinte passage tijdens de Nederlandse les die ongemakkelijk aanvoelt, ‘Werkster’: als kinderen haar onder de rokken kijken terwijl ze op de trap staat, ‘Op vaders knie’: over de sexuele voorlichting, ‘Agnes’: over pubers die elkaar aantrekken. Sexualiteit blijft ook bij het ouder worden een essentieel thema zoals in ‘Gebeurtenis’ waarin hij treffend beschrijft hoe een oudere maar wel aantrekkelijke vrouw tegenover hem zit in de coupé van de trein.


In veel gedichten komen menselijke levenservaringen naar voren. Hierin beschrijft hij zijn relatie met zijn vrouw en datgene wat hem gelukkig maakt. Mooi komt dit naar voren in ‘Herrlich weit’. Vaak is er een diep verlangen naar wat voorbij is gegaan en stemmen de onvermijdelijke veranderingen Korteweg wat melancholiek zoals in ‘Toen wel’. Daarin voelt hij van een andere generatie is; in ‘Oudere heer aan de kassa van V&D’ komt dat prachtig tot uiting.


Tegelijk worstelt hij met de zin van het leven, vraagt zich af wie hij is, wat het leven hem biedt en wat een mens daar uiteindelijk aan overhoudt. Korteweg drijft daarin op milde wijze de spot met zichzelf zoals in ‘Vooruit’. Ook de dood is een regelmatig terugkerend thema zoals in ‘Epicurus’ van wie hij vrij citeert ‘Zijn wij er, Dood is er niet. Is Dood er, ontbreekt het aan ons’.

In de bundel 'Buiten jou' is hij op zoek naar zichzelf en de zin van het bestaan. Hij voelt zich dankbaar voor het leven met zijn vrouw en kinderen. Dankbaar eindigt een gedicht dan ook met de woorden 'Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen'. De alledaagse werkelijkheid komt in deze verzamelbundel mooi en menigmaal ook ontroerend naar voren.


Anton Korteweg: Ouderen zijn het gelukkigst en alle andere gedichten van 1971 tot nu.
Meulenhoff Amsterdam, 670 pag. gebonden, € 39.99

 


Zoeken