Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Annemarie Sauer
Annemarie Sauer

Recensie over "Met rode inkt" geschreven door Thierry Deleu



Annemarie Sauer vertaalt Met rode Inkt

Bloemlezing van Indiaanse auteurs

 

Annmarie Sauer heeft via Gierik/NVT altijd mijn bijzondere aandacht getrokken. Ik stelde mij vragen over haar: wie is ze? Waar hoort zij thuis? Ik heb ze nooit ontmoet (tenzij wij elkaar niet herkenden), maar ik kon ze toch goed situeren (dacht ik toen nog), en ik plaatste haar altijd in de dichte nabijheid van Guy Commerman, de hoofdredacteur van het tijdschrift. Zij deelden dezelfde bekommernis om de medemens - Sauer leek mij een fervente feministe, of schrijf ik liever: een geëmancipeerde vrouw? - en beiden waren goede, steengoede vertalers, met gevoel voor de poëzie van de dichter.

Annmarie Sauer werd geboren in de V.S., maar groeide op in Europa. Ze reist veel (ze noemt zichzelf “een nomade”) en verblijft sinds 1991 jaarlijks een tiental weken in Chloride (in de staat Arizona). Ze vertaalde een tiental toneelstukken en heel veel poëzie. Ik denk hier aan Wevers tussen twee werelden over Navajo en Hopi en aan Woestijnwoorden, een bundel aforismen van de Cherokee MariJo Moore. Haar man zaliger, beeldend kunstenaar Tony Mafia, was van vaders kant een Honandaga Cherokee. Sauer stelde ook een bundel gedichten van vrouwelijke auteurs samen, met name Eigen wegen, en bundelde haar eigen gedichten in Jardin Public.

In de inleiding schrijft zij terecht: “Alle auteurs worden ergens geboren. Voor sommigen echter maakt die geboorteplaats, dat land of die natie geen deel uit van de heersende cultuur. In Europa herkennen we dit fenomeen onder meer bij allochtone auteurs. In de V.S. was dit lot vooral de Indianen beschoren… Sinds de tweede wereldoorlog neemt de Amerikaans indiaanse literatuur een hoge vlucht.”
Bijna alle vertaalde auteurs leven en schrijven nog op het ogenblik van de samenstelling van Met Rode Inkt.

De wegbereider voor deze hedendaagse schrijvers is Scott Natachee Momaday, geboren in 1934, in Kiowa. Hij ontving in 1969 de Pulitzer Prize for Fiction voor zijn roman House made of Dawn. Ik selecteer enkele vertaalde auteurs naar eigen smaak en voorkeur.
Zoals Maurice Kenny, een Mohawk, geboren in 1929, de oudste auteur in deze bloemlezing. Hoor je in het gedicht “Poëzie lezen voor publiek” die schrijnende aanklacht tegen schone schijn, tegen de wijze waarop hij als een “tentoongesteld curiosum” zijn gedichten leest? Hij vertelt over zijn verknecht volk en “zij vragen of indianen zich scheren// en zij willen weten/ hoeveel indianen zelfmoord plegen”.

Zoals Diane Burns (°1957) die in haar bundel Riding the one-eyes Ford (1981) het bitterzoete gedicht “Natuurlijk mag je me een persoonlijke vraag stellen” publiceert: “Nee, we zijn niet uitgestorven// Nee, ik weet niet waar je peyote kan krijgen./ Nee, ik weet niet waar je spotgoedkope Navajo-tapijten kan krijgen.// Nee, ik heb het vanavond niet doen regenen.”

Volgens Annmarie Sauer is Leslie Marmon Silko de grootste hedendaagse vrouwelijke auteur in de V.S. Zij is een Pueblo indiaanse uit New Mexico en heeft een blanke grootvader. Het stukje dat Sauer heeft vertaald is een beetje grof maar geestig tegelijk.
Het komt uit haar eerste roman Ceremony waarin proza en poëzie dooreenlopen. De roman gaat over indiaanse soldaten die uit de Vietnam-oorlog terugkeren en zich verliezen in seks, drugs en drank. Ik citeer: “Het dikke meisje had een auto./ Ik zat in het midden en kneep/ de hele weg naar Long Beach/ met beide handen in tieten// Yes, sir, deze indiaan/ pakte heel de nacht/ blanke kutjes!”

MariJo Moore is auteur van poëzie, romans, kortverhalen, columns en essays. Bovendien is ze ook beeldend kunstenaar, uitgever en presenteert workshops. Het tijdschrift “Indian Peoples, Indian Artists” vermeldt haar als één van de vijf beste indiaanse schrijvers van de nieuwe eeuw.
In haar gedichten demonstreert zij haar scherpe analyserende blik.

Vrouwen van Woorden

Ze spreken - Wie luistert?
Waarheid is kwetsend - Wie bloedt?
Eer is verheven - Wie heft?

Grote vrouwen van Woorden
Ik zing voor jullie.

Ik zing een zang van geweven bliksem.
Ik zing een zang van storm.

Ook  Wendy Rose trekt mijn aandacht. Zij werd geboren in 1948. Haar vader is Hopi en haar moeder euro-amerikaans en deels Miwok. Zij schrijft over haar wankele twee-éénheid, zowel in zichzelf als door het feit dat zij tot twee volken en twee culturen behoort. Zij is antropologe. Ze heeft meer dan tien bundels op haar naam. Ik schrijf het eerste gedicht uit de bundel Bone dance over.

Voor mijn volk

Ik was mezelf verwaaid
twee bladeren uit elkaar
zie de grond zwemmen in het
schuiven en slippen, naar
en uit elkaar

Dichter groeiend
bijtend naar onze schaduwen
rechtstaand beminnen
stervend in onze ziel
verliezend elkaar
verliezend onszelf

vinden

Kee W., de Navajokameraad van Annmarie Sauer, had geen elektriciteit toen zij hem leerde kennen. Hij had wel een e-mailadres. Als hij zei dat hij zijn e-mail ging checken, moest zij hem even alleen laten. Hij ging dan ergens op de bosjes een plas doen… Toen hij eindelijk zonnepanelen had, gold het grapje natuurlijk niet meer. De moderne techniek drong door tot in de verst weg gelegen plaatsen.
Dit onderwerp komt voor in de mooie intieme poëzie van Jim Barne (Choctaw-Welch). Hij publiceerde meer dan 500 gedichten in meer dan 100 tijdschriften. Bovendien vertaalt hij uit het Frans en het Duits.
Jim Barnes is voor mij de betere dichter uit de bloemlezing.

The talking Wire

De afstand drumt je woorden in mijn oor. ’t Is goed
je stem te horen gesterkt door pakken sneeuw.

Ik spreek over dingen klein genoeg om over de lijn te gaan, de
wind van Dakota. Ik tracht een zekere kracht te vinden
voor de woorden om de afstand te verdunnen.

En groeiend in mijn oren zijn de klanken waarvan ik denk dat
we ze kennen:
de vlucht van lage ganzen, de ontzagwekkende kreet van
uilen, de plotse val van losse steen.

Met Rode Inkt is een keuze uit het werk van nog levende indiaanse auteurs. Het is geen “volledig” overzicht.

Vertalen is geen kwestie van een woord opzoeken in het woordenboek of een tekst in een vertaalmachine gooien. Vertalen is mensenwerk. Niet iedereen heeft het talent om een goede vertaling te maken. Iedereen denkt dat hij kennis heeft van het Engels, maar dat is in feite helemaal niet zo. Daar moet je een getraind iemand voor zijn. Annmarie Sauer beschikt over meerdere eigenschappen die haar tot een goede vertaler maken. Zij heeft in de eerste plaats kennis van de brontaal. En niet zomaar een beetje kennis, maar veel. Bovendien beschikt zij over wat ik zou noemen specialistische kennis over het onderwerp. En tot slot is zij in staat dat om te zetten naar leesbaar Nederlands. Ik noem vertalen veeleer “omdenken” in plaats van vertalen. Het gaat er niet om dat je de woordjes letterlijk omzet in een andere taal, maar dat je de bedoeling van de tekst in een andere taal weergeeft. En dat heeft Annmarie Sauer Met Rode Inkt gedaan. Zij begrijpt alle nuances en bewaart zorgvuldig de oorspronkelijke zeggingskracht.

Uitgeverij bf Ampersand & Tilde heeft met “De Oostakkerse Cahiers” een lovenswaardig initiatief genomen om poëzie een “ernstige” spreekbuis te geven. Met Rode Inkt draagt zeker bij tot de delokalisatie van het initiatief.

© Thierry Deleu

* Annmarie Sauer, Met Rode Inkt, De Oostakkerse Cahiers, Uitgeverij bf Ampersand & Tilde, Antwerpen, 2006