Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Barney Agerbeek


Recensie, geschreven door Karel Wasch, over de bundel


Een warme oostenwind

gedichten van

Barney Agerbeek




De gedichten van Barney Agerbeek (1948, Surabaya) is duidelijk kosmopoliet. Hij werd geboren in Indonesië, trouwde met een Poolse vrouw, waardoor hij het land goed kent en hij woont in Nederland. In 2015 debuteerde hij bij Knipscheer met zijn gedichtenbundel rood en wit met blauw, die jubelend werd ontvangen. Daarnaast publiceerde hij biografieën( Meydam, Carillo) en schreef verhalen en de roman Njai Inem, over een sexslavin in het oude Indië. Nu dan zijn tweede officiële gedichtenbundel.


De eeuwige emigrant


weg van huis, langs zandpaden
en over een wereld van water
gevangen in dromen over later

eindelijk aan de overkant
mijn tweede leven begint met
urenlang verhoor door ongelovigen

ten slotte nog een losse vraag
wat doe je nou de hele dag?
ik ben eeuwig aan het dromen


Zoals Slauerhoff dichtte: 'Slechts in mijn verzen kan ik wonen!' zo zegt Agerbeek, dat hij eeuwig aan het dromen is. Hij komt aan in een vreemd land als kind en de ontvangst is op z'n zachtsts koel. Maar hij weert zich door het mooiste wat een mens heeft: zijn dromen. Of zoals Van Morrison zong: 'Call me up in Dreamland!'


Toeval

alsof je altijd het vervolg kent
als je ergens aan begint
en ook het einde

alsof een blad van een boom waait
en ergens belandt
waar het hoort

toeval houdt zich niet aan wetten
van A naar B
en weer terug

toeval bestaat niet
zeggen de meeste mensen

de een kan de weg dagelijks dromen
een ander hoopt op haakse bochten

klamp ik me vast aan bekende kringen
of zoek ik vraagtekens in de loop der dingen

het antwoord lijkt al gegeven
sta toeval toe als impuls
voor vluchtigheid en ongerijmde gedachten

liefst dwaal ik op de tast
in Duizend-en-een-nacht
en speel tussen glanzende sterren


Eén van de sterkste verzen in de bundel, vind ik dit gedicht. De essentie staat in de regels: klamp ik me vast aan bekende kringen/of zoek ik vraagtekens in de loop der dingen...
Dat is het probleem met toeval in een notendop. Toeval kan men schouderophalend ondergaan, maar ergens zal men geloven dat er helemaal geen toeval bestaat en dan is de grote vraag wat dan de gebeurtenissen aanstuurt. Een raadsel dat we niet makkelijk kunnen oplossen. Agerbeek omcirkelt dat probleem, maar laat de lezer vrij m te kiezen wat hij ermee wil doen. Knap!


De prachtige cyclus Momenten bestrijkt maar liefst veertien bladzijden. De Poolse geschiedenis wordt samengevat in gevoelige beelden, van de opbouw van Polen na de oorlog via Solidarność, de opstand naar de geheime dienst, waar Agerbeek zelf zo'n last van had, toen hij zijn Poolse bruid wilde meenemen, maar bovenal waar het gehele Poolse volk onder gebukt ging.


brieven komen meestal aan
soms geopend en daarna dichtgeplakt
wanneer je belt, kun je even later
een zachte klik verwachten
een luistervink kruipt in oren
om stiekem hersens af te tappen
en slachtoffers te maken

we dragen een pantser
en hebben niets te verbergen
laten het onzegbare onbesproken


Indonesië ademt diep uit in het gedicht Poleng opgedragen aan Jan Radersma:


Kijk, het water ademt de lucht
en rond de spiegeling de aarde
Een rietkraag wordt sawa
In de verte groeit een vulkaan

Ik wil niet vergeten
wat ik dreig te vergeten
en daarom telkens vast wil leggen
om te blijven wie ik ben


Of Agerbeek nu een gedicht voor zijn hond Sammy schrijft of een voor de overleden dichter Rogi Wieg, hij blijft een meester in de heldere transparante versregels. Wat een genot om te lezen en de bundel is subtiel voorzien van fraaie illustraties en mooi vormgegeven door Jan van Waarden. Op bladzijde 15 nog een verhaaltje met een gevoelige impact.
Kopen en lezen dus!


ISBN 9789062659579 | Paperback | 72 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | juli 2017

© Karel Wasch, 7 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

 

Recensie over de bundel

Rood en wit met blauw

Barney Agerbeek

geschreven door Karel Wasch

 


De bundel van Agerbeek is in twee hoofdmoten verdeeld. In Rood staan mooie gedichten over de Indische wereld - Agerbeek komt uit Indonesië - in Wit met Blauw treffen we fraais aan over Holland en de avonturen met kunst van Agerbeek.


Om bij Rood te beginnen. In 'Blauwe Zon,' het lange gedicht van maar liefst 15 blz. zien we het dubbelleven van de planter beschreven en van zijn njai. Agerbeek schreef eerder de roman ' Njai Inem' over de bijzit van een planter, vanuit ( hoofdzakelijk) het perspectief van deze njai.


Blauwe zon
Voor njai Katinem

Daar staat hij met koude blik
bevelen uit te delen
Pas na de dag wijkt spanning
slaapbroek, jenever en njai

Opslagloodsen fluisteren
tegen een blauwe zon
Hij droomt de inhoudsmaten
van koffie, thee en kardemom

Terug in Rotterdam slentert hij
langs vemen met verbleekte namen
leest Java Celebes Borneo
ziet kabels, pallets, kranen

De planter, die leiding heeft over de plantage (het gedicht speelt zich af in de koloniale tijd van Nederland, maar de verhoudingen zijn nog op vele plaatsen op aarde aanwezig) staat onder spanning. Hij reageert zich af door drank en sex met zijn njai. En in de tweede strofe droomt hij van zijn inkomsten uit koffie thee of specerijen (Kardemom). In Rotterdam zijn de vemen, opslagloodsen, al verbleekt.
Hij kan zijn verleden niet meenemen, de tijd gaat voorbij. Kortom een mens in twee werelden maar ook een mens in twee tijden, vroeger en nu. Agerbeek is geen krullendraaier hij zet de dramatische situaties, vooral in simpele, krachtige taal neer. En dat geeft de verzen body.

In een ander stuk uit Blauwe zon wordt de terugkeer ook beschreven:

(...) Iemand die terugkeert is een ander
loopt in cirkels van verbazing
struikelt over een mank alfabet
Om de haverklap verdwalen de gedachten(...)

En de njai van de planter, die achterbleef:

(...) Recht haar hoofd, masseert haar slapen
Zij hoeft niets te bedenken
beweegt uit angst met alles mee
van binnen een vulkaan, uiterlijk een lam (...)

Knap beschreven, de njai, afhankelijk van de planter, mag haar gevoelens niet laten kennen, maar ze heeft ze wel. Ze wordt als een lam ter slachtbank gevoerd, maar in haar binnenst raast het (vulkanische-) vuur van opstand, dat niet naar buiten kan.

En Agerbeek legt - terecht - een verband met de actualiteit. De slavernij is nog niet uitgeroeid!

(...) Verbergt ogen achter een masker
heeft overleven tot kunst verheven
bidt voor haar kinderen een beter leven
Vandaag kom je haar op de hele wereld tegen (...)

In de korte overdenking 'Kejepit' (beklemd) staat in drie zinnetjes het dilemma van veel Indonesiërs toen ze moesten kiezen tussen vluchten naar Nederland na de overdracht en onafhankelijkheid of blijven onder het regime van Sukarno, dat ook redelijk bloeddorstig met tegenstanders en zgn. collaborateurs omsprong.

Kejepit

Eerst moeten kiezen
Nederland of Bung Karno 
daarna vleugellam

(Bung betekent Vader der Indonesiërs)

In het gedeelte Blauw zijn we echt geland in Nederland let maar eens op het vers 'Lentepolder.' Maar er zit ook een fraai gedicht in over Käthe Kollwitz (beeldhouwster en kunstenares).

Lentepolder

Zwaluwen kantelen naar
een diepte en waaieren uit in open blauw
Wolken zuchten sloom
Bloesem stipt sproeten op het gras
Alles oogt zo geruststellend als een koe naar je kijkt
Vreugde loeit over het melkrijke gras

Kikkers kwaken
in een vette brij
geile beloften
Op ademtocht schuiven zwanen
met lichtgrijs kroost
tegen het licht in

Op de dijk keren vrouwen
gearmd met hun mannen terug
Hoor ze spreken
Alsof het geloof
al is het voor even
zo licht is als de zon

Een vrolijk gedicht dat aan Marsman doet denken. Met een kleine steek naar het (gereformeerde-) geloof. Agerbeek woont in Bible Belt. De jubelstemming  over de natuur in een polderlandschap, dat kan alleen in Holland.
In 'Herfstpolder' is de laatste strofe meer ingetogen, spoort wonderwel met juist dat seizoen:

(...) Stemmen slikken zinnen in
Gezichten verbergen gedachten
Schapen vreten van het laatste gras
Het is stil zoals het was (...)

Wat een sterke gedichten! Agerbeeks toon is ingetogen maar trefzeker. Na Agerbeeks twee boeken 'Schaduw van schijn,' en 'Njai Inem' een verrassend goede gedichtenbundel van deze schrijver, die in twee werelden thuis is..

Er staan ook twee korte verhaaltjes in dit gedeelte van de bundel nl. 'Daar houd ik mij aan' en 'Ezelsbrug.' En er staan 7 mooie reproducties van kunstwerken tussen de gedichten van o.a. Kartika Affandi, Iene Ambar, Markus Lüpertz en beeldhouwer Nelson Carillo. De bundel werd fraai van een omslag voorzien door Gracia Khouw, die speelde met rood, wit en blauw en ook subtiele streepjes op de bladzijden losliet.

Barney Agerbeek (1948) werd geboren in Surabaya, tijdens een vulkaanuitbarsting. De Goden kondigden zijn geboorte dus aan. In 1952 maakte hij, als kleine knaap zijn opwachting in Nederland. Hij werkte voor een bank en werd later weer een tijdje in Indonesië gedetacheerd. Hij zat in de redactie van het literaire blad Nynade.


ISBN 9789062658749 Genaaid gebrocheerd met flappen, 64 pagina's geheel in 4 kleuren, geïllustreerd met beeldend werk van 6 kunstenaars, Uitgeverij In de Knipscheer mei 2015

© Karel Wasch, 1 juni 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER