Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Gerry van der Linden

 

Recensie over de bundel

STADSWILD

Gerry van der Linden

geschreven door Karel Wasch

 


Waar moet een goed gedicht aan voldoen? Wie deze vraag durft te stellen in Nederland, komt snel in de oeverloze discussie over smaak terecht. In Engeland zijn tal van recensenten secuur in het aangeven van hun criteria. In Nederland doet men al decennia of dat onmogelijk zou zijn. Toch zijn er wel degelijk criteria op te stellen, ook bij het beoordelen van gedichten. Ik zal een poging doen.

Ten eerste moet de dichter de Nederlandse taal beheersen en geen onnodige fouten maken, tenzij expres neergezet om verwarring te zaaien.
Een ander criterium bestaat uit het beoordelen van de beelden en metaforen, waarvan de poëet zich bedient. Deze beelden, metaforen moeten kloppen of om met Goethe te spreken:"Zij moeten getuigen van exacte fantasie!" In hun existentie moeten ze niet afleiden van de tekst maar juist verduidelijking aanbrengen, de tekst verfraaien en aanvullen.
En dan is er nog de 'sturende gedachte,' wat wil de dichter eigenlijk zeggen? Is dat niets, dan verslapt de aandacht van de lezer onnodig. De dichter roept dan onbedoeld associaties op met light verse, terwijl hij dat niet zo bedoeld heeft. Overigens is er niets tegen light verse.


Nu de bundel Stadswild van Gerry van der Linden (1952). Op bladzijde 12 staat het gedicht Bioscoop:

Bioscoop

Wanneer de film ten einde is wil ze

een andere zaal binnengaan
een ander nummer op een andere deur
een ander begin van dezelfde film
andere geluiden in hetzelfde duister

ze wil leven op het doek
zoals het voortborduurt
en sterft voordat het sterven komt
bij toeval tussendoor-



De hoofdpersoon van het gedicht, zij, wil naar nog een film. Om met die film weg te kunnen dromen. Dat zegt eigenlijk niet zoveel. Wil iedereen, die naar de film gaat dat eigenlijk niet? Bovendien hikken de zinnen
(...)'ze wil leven op het doek
zoals het voortborduurt (...)


Onbedoeld lijkt het alsof er op het doek wordt geborduurd, maar het gaat natuurlijk om het leven op het doek, waarop wordt voortgeborduurd.
Een nietszeggend gedicht dus over niets. Jammer want er zou met het thema bioscoop best iets te doen zijn. De laatste zin: bij toeval tussendoor, lijkt nog iets te pretenderen, maar bij nader lezen is dat niet het geval.

Op blz.22 komen we een gedicht tegen, getiteld NS Keuzedag.

(...)'langs de haven marcheren
    meeuwen pesten
    café uitkienen'(...)


Gaat iemand een café uitkienen?? Ze bedoelt, dat ze een café wil uitkiezen. Uitgekiend is vooral slim zijn, uitgekookt zelfs.

En verderop in hetzelfde vers staat:
 (...)'de botsende biljarters
      het gekreun van bitterballen'(...)


Het is onbegrijpelijk waarom de biljarters moeten botsen. Is het café zo klein? Of bedoelt de dichter wellicht de biljartballen. Ja, die moeten inderdaad botsen of caramboleren wel te verstaan. En kreunen bitterballen? Ik hoop het niet, want dan bestel ik ze maar niet meer.

Vanaf bladzijde 27 komen we opeens in een trits gedichten terecht met Portugese titels. Deze titels zijn nergens vertaald en dat wekt wrevel op bij deze lezer.
In Walking the Aqueduct (Aqueduct is Engels voor aquaduct) zijn er aan het begin twee geliefden:

(...)'In de Jardin des Amoreitas
drinken geliefden elkaar'(...)


Is dat niet een versleten beeld? Al zo vaak gebruikt?
De rest van het gedicht (behalve de laatste zin-) staat in het Portugees. Minachting voor de lezer?

In het laatste stuk van de bundel Is ze eindelijk onderweg, staan een aantal gedichten veelal opgedragen aan vrienden en bekenden, Bericht aan M, Voor T. en Voor L Tot mijn verbazing bevat dit stuk een aantal sterke verzen. Stukje uit Bericht aan M:

(...)'op je kruin raast de hemel
    want het waait
    je loopt alsof zojuist een kroon
    van je hoofd is gerukt.' (...)


Ook is er in dit laatste stuk van de bundel het gedicht Blessuretijd waarin de dichteres een fraai spel speelt met ouder worden en de verhouding zoon/vader.
Wat vreselijk jammer dat Gerry van der Linden niet veel meer gedichten in deze verzameling heeft weten te plaatsen met het niveau van de laatste verzen.

Zij is schrijfdocent op de Schrijversvakschool Amsterdam en werd door Remco Campert ontdekt.


ISBN 9789046817223 Paperback 60 pagina's Uitg. Nieuw Amsterdam mei 2014

Karel Wasch, 20 november 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER