I
die geen snoepjes heeft, maar me aandacht
geeft en woorden zonder een spoor van straf.
Hoe kan ik weigeren? Een vreemde haast
die ongedwongen - familie is gewoonte -
mij omarmt en aait en bestaat alleen voor mij.
Jou moet ik delen. Ik ben geen kind of slaaf
meer, maar iemand met een eigen naam,
zonder dat ik het gras moet maaien voor eten.
uit:
Als ik geen naam had
kwam ik in de Noordzee uit
opgenomen in Van, Als & Och,
Leopold, Amsterdam 1995.
Tiba