Groot boerderijdak

 

Het dak ligt op zijn buik. Nee, haar buik, dak
is moederlijk. Dak mompelt ‘ons’ tot kepers
en vee en kind. Damast of voddenbak,
dak houdt ze droog. Een dak torst zon en regen,
blij en venijn verleent het onderdak.

Gebinte vouwt de vingers tot gebeden.
Als eik zo hard is de arbeid van de boer.
Hij dekt zijn dak. Zijn moeder. Dikke hoer.

© Geert van Istendael
Uit ‘Het geduld van de dingen’
Uitg. Atlas 1996