Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Ruth van Rossum

Ruth van RossumRuth van Rossum

Ruth van Rossum werd in 1960 geboren in Kobe (Japan) en groeide op in de polders onder Rotterdam. Zij studeerde Rechten. Ze woont in Den Haag en werkt voor de provincie Zuid-Holland aan het realiseren van grote natuur- en recreatiegebieden. Haar debuutbundel Eilandranden verscheen oktober 2006 in de Windroosreeks van Uitgeverij Holland. Ze treedt op, publiceert in tijdschriften en is dichter voor de Haagse eenzame uitvaarten.

Erik Jan Harmens (De Groene Amsterdammer, 6 april 2007):
Duidelijk is dat Ruth van Rossum gedichten schrijft die nog niet eerder geschreven zijn. Wat ik bedoel is dat ze een volstrekt eigen geluid de wereld in weet te jassen, een tamelijk klassieke taal maar niet bepaald lyrisch, het schuurt vaak tegen het emotioneel betamelijke aan en het toont durf zonder zichzelf op de borst te kloppen of harde woorden te bezigen. Van Rossum schenkt ons implosies. (…) Van Rossum wil niemand nadoen en durft te falen, wat niet gelukt is. Want ze heeft een krachtige, eigenzinnige debuutbundel geschreven.


 

 Zomernacht op de Ritselaarsdijk



Die nacht maakten we ons los van de families aan het water
en wandelden de hele dijk zo warm nog was het dat we trui
noch jas na dagen op de velden het geraas van de combines zwaar
de geuren van het oogsten stof ook in de lucht van koren bomen
om de boerenerven ritselden in zuchtjes wind die aarzelend
hun weg vervolgden eenden vlogen over vleugelklap en roep om
thuis te raken donkere contouren ons omringden in de verte en
dichtbij geluid van grote beestenlijven zich verliggend in hun
slapen vleugen koelte op ons pad soms in het donker plotse
scherpte in de neus bij het in teugen tot mij nemen van dit
groeien uren later bleken ouders zorgenmakend zouden we
maar nee mijn hoofd stond daarnaar niet ik was verbijsterd om
hoe ik de aarde leven voelde en mezelf daarin geborgen wist.



© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 



 

Adem jou



Naast jou in mijn gedachten.
Schuif naar je toe
verwarm mijn buik aan jou
mijn buik ademt je kalmte in.

Soms doen we andersom.
Je handoplegging brengt me
naar de aarde waar men slapen kan.

Jij weet dit niet.
Ik ben de wakkere.
Jij slaapt.


© Ruth van Rossum
Uit: Verliefd verloofd getrouwd,
gedichten voor geliefden,
Rainbow Essentials, Muntinga Pockets 2008.

 


 

Regen



Het begon met iets kleins: de taxi die meer
vroeg dan in de gids vermeld. We spraken
de taal niet, de rit was gereden en je moet niet
achteraf nog eens willen onderhandelen.
Het was vakantie en wat maakte het ook uit.
Toch naknaag. Waarom doen mensen zo?

Daardoor moest ik weer denken aan dat hotel
in Brussel. Het vechtende stel op een hogere
verdieping, hun machteloze schreeuwen,
omvallend meubilair. We belden de politie.
En de dagen erna? Nog zie ik haar uit het raam
hangen in haar kleine onderbroekje.

Toen je ’s avonds zei: het is maar goed dat we
geen kinderen hebben, sloeg in doffe stilte
de stuw uit zijn voegen, we ontvluchtten
de eetzaal en op de parkeerplaats - de stenen
glinsterend in onverschillige regen - hield het
niet meer op, het niet kunnen begrijpen.



© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 


 

 

Hetzelfde maar anders



Verbaas je over de vreemde sleutels,
de deur die net iets blijft hangen. Er ligt
parket. Een wasmachine in de keuken.
De bewoner gebruikt gek genoeg jouw
merk crème en is ook niet zo handig
met planten. Je hoort een klok achter
de tijd aan lopen. In het bed is niemand.
Denken ze soms dat je hier komt wonen?


© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 


 

 

Strek je lijf



Zet je poten naast mijn hoofd en teken mij je ribben
zwaai je gouden manen, schreeuw triomf over de vlakte
strek je lijf over het mijne uit.

Zie me in de ogen: het is jouw land waarin wij liggen
een vreemdeling ben ik onder je hoge bleke luchten
zwaar mijn hoofd van wat ik achter heb gelaten.

Leg nu jezelf zacht bij mij neer zodat we zullen slapen
onzichtbaar in het gras. Ik geef me over aan waar niets
meer is dan jij, aan geen terug naar hoe het was.



© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 


 

 

                                                              Omgekeerd


       In mijn herinneringenkamers hurken in zwart
       haar laatste jaren. Zo lang al is het dat ik haar
       niet meer zomaar kan vinden achter ogen in
      
een stemweet als ondergrond in vroegerflarden.
      
Dan nadert ze mij ’s nachts. En al mijn armen
       strek ik uit om als vanouds haar te omvouwen,

       woordeloos het benig lijf voorzichtig wiegend
      
in mijn troost. - Ze biedt mij haar schoot: je hoeft
       mij niet te schragen. Hier kan ik jou weer dragen.
       Ze lacht en ze haalt adem. Zo levend is ze dood.



                                                                  © Ruth van Rossum
                                                                  Uit: Gedichten voor het hart,
                                                                  Rainbow Essentials, Muntinga Pockets 2006.

 


 

 

Ken mij



Ik ben het water dat lispelt tegen de keien
aan het strand. De dronken schittering
van de zon op de golven, steeds bewegend.
Ik ben het geluid van de storm om het huis,
de rulle lucht van vochtige aarde, het vuur
dat siddert en springt. Ik ben de avond
waarin de honden blaffen verderop in het dal.
Zie mij: de vos die zich langs het pad
heeft neergelegd om te sterven. Ik ben
de pelgrim in de bergen, de handen
om je gelaat. Ik ben de geuren van vroeger:
na een hete zomerdag ben ik de eerste
verdampende regen op de stenen van je straat.
Ik ben het zachte en warme waarin je je opkrult
voor de nacht. Ik ben de gebochelde,
het heimelijke kijken, het wringen van je hart.
Ik ben het mes van de angst, in eigen vlees
het allerscherpst. Klein, zo klein ben ik
dat ik wil schuilen in je jaszak waar ik me
aan je handen vast kan houden en niets hoef
te zien. Hoog en ruim ben ik als de machtigste
kathedraal van sterren. Ik ben het ademen
van de dieren als er nevel ligt op de velden.
Ik ben de wilde danser. Ik ben de kring
om de maan. Ken mij. Ik ben het. Ik.



© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 


 

 

Maan op het water

Bij de begrafenis van mevrouw Zoutelande,
15 januari 1950 - 23 november 2007



Natuurlijk ooit een kind dat alles nog kon worden:
gekoesterd gebed in het web van de wereld, met
duizenden draden naar alle kanten, bezigheden,
mensen, de dagelijkse dingen, een huis als cocon.

Waar het dan begint, dat er geen draden groeien
of dat draden stukgaan, er steeds minder blijven.

Druk in het hoofd. Een hoog suizen als het stil is.
Dat je zo schrikt van scherpte. Altijd meer diepte
voelen dan dat zachte hart kan dragen. Knellende
schedel. Verlies van orde. Langzaam verdwalen.

Je hoort buren, een tram. Je ziet de maan op het
water. Hoe een klein schip zo verloren kan raken.


© Ruth van Rossum, 2007
Gepubliceerd op www.eenzameuitvaart.nl

 



 

Hoor wat er is



Was er voor het eerst geen plaats beter
dan die waar je nu was verlangde je
eindelijk even niet naar waar de stenen
warmer zijn om op te liggen en gladder
om aan te raken kon je met dit lichaam
dat men voor jou had ontworpen eigenlijk
goed uit de voeten hoefde er geen nieuw
iemand of iets te zorgen voor de dagelijkse
dingen als geluk en veiligheid wilde je niet
een huis dat ruimer was van licht hoger
van klank of elders stond een leger land en
kon je nu gewoon wat blijven in dit jouw
bestaan zonder te willen dat het anders?

 

 

© Ruth van Rossum
Uit: Eilandranden,
Uitgeverij Holland - Haarlem, 2006.

 


 

 
Meer reacties op Eilandranden

Remco Ekkers
De gedichten van Ruth van Rossum zijn helder en geheimzinnig tegelijk, herkenbaar én verrassend. Het kan stormen in haar gedichten maar de lezer zal ook waterhelder tot de bodem kunnen zien. In haar bundel Eilandranden zul je geen woeste metaforen vinden, wel verrassende vergelijkingen, geen barokke regels, wel fraaie klankschilderingen. Ze kent duidelijk haar klassieken, toch is haar werk niet vergelijkbaar met oude en nieuwe collega-dichters. Ze heeft een heel eigen authentiek geluid.

NBD|Biblion
Dat de dichteres sterk verbonden is met water, wind en ruimte proef je door de hele bundel. Het rivierenlandschap en het aanpalende boerenland worden bijna fysiek opgeroepen. Haar zintuiglijke waarneming is intens, vooral van het geluid, dat ze soms wil "uitzetten". Maar ook de "binnenervaring" is sterk: het verdriet om een verloren kind, de beperkte denkwereld van een geestelijk gehandicapte, de tintelingen van de verliefdheid. (…) Eind- en binnenrijm gebruikt de dichteres zoals het haar uitkomt, zo ook alliteraties, assonanties en het trefzeker aanwenden van het enjambement, dat belangrijke woorden extra accentueert.