HET DING
Als ik door de vierkante bergen
over het in vlakken opgedeelde pad met de bekende tegels dwaal
verlang ik steeds meer naar dat ene ding
dat nergens maar nergens op lijkt
Het geeft licht en is geen lampje
is een kwabje op de stoeprand net niet rood
en droog als je het opraapt
een ongemeen hoog soortelijk gewicht bezit
iets dat een kuiltje in je handpalm drukt
en dan als je even de andere kant op kijkt naar een bekende
vliegt het op
Je ziet nog net het stipje in de lucht
en wat daarvoor nog in je hand het kuiltje was
is nu je hand
© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam