Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Pim te Bokkel
Pim te Bokkel


foto © Chiel te Bokkel
Ondermaans

In de slapende zee was een golf te zien
Een golf
maar vlak voordat het zo genoemd
of voor een bruinvis die de kop opstak kon worden aangezien
was het niet meer de golf
Het was ondergedoken aldus de man in de veerboot
die in een kromme lijn
van het land op het eiland aan schommelde
Het was dag en de man in de boot zag de maan
als de glimp
in de golf van een slapende zee

© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam 2007

 


http://www.pimtebokkel.nl/

Deze gedichten zijn geplaatst
met toestemming van Pim te Bokkel en
Uitgeverij Nieuw Amsterdam


                                  

 

 
HET BREKEN VAN WATER

De kikker die ik met mijn rechtergymp een trap gaf
was niet de verspringende kikker
wel een kiezelsteen die van het asfalt
het asfalt van de brug
een duik in het slootje beoogde
en daar in een valscherm van druppels in de lucht
spring-en vallende druppels
een frons in het grensvlak van water en lucht brak

© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam 2007

 
WAT DE DEUR

Er werd iets gedaan
wellicht aan de achterkant van de zomereik een dwerg
die in zijn vingers knipte
een natuurwet die zich ergens in de wind verslikte
of Maria in het netvlies van een ondergrondse tor
De buurman zag mij staan
ergens had zich een verandering voorgedaan
wij voelden het water en zagen iets met voorbedachten rade
geen steen meer een stuwdam
om de noordpool vast te leggen als de bron
Er was een golf
Ik werd bekeken
Ik werd geacht te reageren en begon iets

© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam

DE STROOM

De rivier die uit de blokken spruit
en naar beneden rolt
als een lawine niet van sneeuw of steen maar zo koel
langs de voet van een brug stroomt
tilt de takjes van een wilg
de stukken brood
en vissen die als omgekeerde kano’s in de zon
voorlangs een eendenoog
en stroomt in het oog van de eend
die de berg
noch de zee heeft gezien

© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam

 
HET DING

 

Als ik door de vierkante bergen
over het in vlakken opgedeelde pad met de bekende tegels dwaal
verlang ik steeds meer naar dat ene ding
dat nergens maar nergens op lijkt
Het geeft licht en is geen lampje
is een kwabje op de stoeprand net niet rood
en droog als je het opraapt
een ongemeen hoog soortelijk gewicht bezit
iets dat een kuiltje in je handpalm drukt
en dan als je even de andere kant op kijkt naar een bekende
vliegt het op
Je ziet nog net het stipje in de lucht
en wat daarvoor nog in je hand het kuiltje was
is nu je hand

© Pim te Bokkel
Uit: Wie trekt de regen aan?
Uitg. Nieuw Amsterdam