Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Nieuwjaarsgedichten
 
Anti-nieuwjaar

 

Altijd en ergens oudejaarsavond
op een ster in een boek of een brief
ik vier mijn tijd niet in namen
ik hef geen punch op een dief.

Eeuwen zo oud als mijn jaren
mijn jaren zo jong als de wind
die met datumloze gebaren
mij uit de kalenders ontbindt.

Deze avond blijf ik afwezig
betrek een aanwezigheid
op einders die mij genezen
van mijn vergankelijkheid.

Karel Jonckheere
uit: In de wandeling lichaam geheten
Manteau 1969

 

 
Nieuwjaarsbrief

 

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,
Amsterdam, Querido 1996

 
De laatste dagen

 

en de laatste vragen
van het geleden jaar
staan voor de deur,
de bomen kouder
en de dromen ouder
maar de verwachting
nog vol gloed en kleur
want wij geloven:
het licht van boven
is niet te doven
stelt niet teleur
voor alle vragen
van alle dagen
achter de einder
achter de deur.

Anton van Wilderode (1918-1998)
uit: Op hoop van vrede (Altiora 1988)


 

 

De hand leggend, zich voorbereiden...

De hand leggend, zich voorbereiden
op weer een ander jaar, terwijl
het licht zich schuilhoudt,
ieder woord bedriegt

Geruchten in vreemde taal de ronde doen,
rituelen van vreemde snit worden uitgevoerd

Voorbijgangers dreigend hun voeten neerzetten
huizen woedend met deuren klapperen
de straten hun rug krommen of kreunen

In deze tijd dus, waar het licht dagelijks
wordt besneden en gekortwiekt,
vult anarchie de luchtpijp.

Hans van de Waarsenburg,
Uit: De dag van de witte chrysanthen,
Den Haag/R'dam, Nijgh en Van Ditmar, 1979