Zie ook
De contrabas poëtisch dagboek K. GoudeseuneZelfportret
Mijn vriendin breit sokken
terwijl ik schilderijen verkoop.
Landschappen gaan van de hand.
En het getik van haar naalden
klinkt in mijn oren als applaus.
Ik ben gek op mijn vriendin
en op wat zij breit.
Terwijl ik schilderijen verkoop,
ook naakten en stillevens.
Maar geen zelfportretten.
Als ik een zelfportret verkopen wil
dan gaat zij onrustig breien
en klinkt haar getik als een geigerteller.
Koenraad Goudeseune
uit: Dichters na mij
Uitgeverij Atlas 2011
Ook staat er geschreven dat liefde nergens schuilt
ook niet in het bijzondere, ook niet in jouw ogen.
Ik denk veelal verkeerd, maar dit keer juist,
want daarin schuilt de liefde niet. Nee, daar is ze.
Koenraad Goudeseune
uit: Dat zij mij leest,
Atlas 1998
Ook de liefde voor mezelf, een mens tenslotte, strandde.
Ik weet nog waar en hoe. Ik was helemaal alleen
toen dat gebeurde en dacht dit overleef ik niet,
maar vergiste me.
Vandaag zit ik die bladzijde moeizaam te verfrommelen,
want hardnekkig is de liefde, vooral die van jou.
Koenraad Goudeseune
uit: Dat zij mij leest,
Atlas, 1998
Ik keek naar wat je zong en hoorde het geneuzel
van een oude vrouw die naast me zat te bidden.
Bij een pilaar waaraan geen beeld meer hing
(alleen dat bleke van een weggenomen lijst)
verbrandde ze een kaars waarvan ze het verlengde was,
het verlangde, zeer van paraffine. Ze brandde nauwelijks
en toch helemaal. Ik kan niet doven, zei ze. Ik mag niet.
De evenaar rond mijn ziel viel als een touw uiteen
en wat mij draaiende hield moest sleuren.
Met stijl probeerde ik de kathedraal te verlaten.
Geen stap was overbodig, alleen maar tevergeefs.
Ik loop zo vaak verloren dat ik het nauwkeurig kan.
Koenraad Goudeseune
uit: Dat zij mij leest,
Atlas 1998