Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Gedichten over STEDEN

Gedichten over steden

 
In den vreemde

 

Den Haag. Ik voel me er zo ver van huis,
dat ik me wel een brief zou willen schrijven.
Hoe gaat het met me, daar? Eerlijk gezegd
niet goed. Het blijft voor mij een soort
van België - snel wil je er weer uit
op weg naar waar het echt gebeuren moet.

Tussen de spoordijken volkstuintjes in de regen.
Uit het asiel waait altijd akelig geblaf.
Stoplichten, zeven, springen, tweemaal elke dag
op slag op rood als ik kom aangefietst.
En uit mijn kamer zie ik trams banaal
hun lussen draaien naar Den Haag Centraal.

Krokussen op het Voorhout in het vroege voorjaar
en in het Mauritshuis een meisje van Vermeer,
lang gras tussen de rails naar Scheveningen
en bij Kijkduin de rook van Ockenburg,
dat moest ik maar eens tot mijn zegeningen
gaan tellen. Want dan schreef ik me niet meer.

Anton Korteweg
Uit: Met Flinke Pas
Gedichten 1971-2001, een keuze
Meulenhoff Amsterdam 2003


 

 

Gedicht

 

En elke nieuwe stad 
   bloem die welkt
             herfst vergeelt het blad

             zijn alle steden zo
             zijn ze alle zo
             zo zijn alle

Overal
overal en nergens
              overal is nergens

overal
              dezelfde bonbons droef in glazen 
              parelt drank er is geen dorst

een liedje is overal         van liefde en overspel

              zijn alle steden zo
              zijn ze alle zo

              zo zijn ze alle


Paul van Ostaijen
Nagelaten gedichten
uit: "Verzamelde gedichten"
Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker 1996

 
Onbekommerd toont Amsterdam...


Onbekommerd toont Amsterdam
haar rotte gebit, haar aan aardgas
stervende bomen, haar onrein water
waarin de zon zich weerkaatst.
Uit ontelbare vervuilde neusgaten
blaast ze kwaadsappige dampen
over haar daken vol televisie-antennes
en duiven, waarboven de hemel
licht wordt en weer donker, sterren
balanceren een paar minuten op de spits
van een kerktoren, carillons
mengen hun valse stemmen in
de oorverdovende musique concrète
van auto's, ambulances, pneumatische
boren, sloophamers, hei-installaties
en overal kruipen mensen in en uit
de schulp van hun huis, hun krot,
hun dierbare, gehate puinhoop.

Hanny Michaelis
uit: Wegdraven naar een nieuw Utopia,
Van Oorschot 1971

 


Utrecht Buys Ballotstraat

waar een ertstrein ploegt in stalen voren
welke trilling door voorname huizen gaat
laat de overweg onmatig van zich horen
waarna dan nog mijn stappen
de stilte tarten in de straat

ik zie een echtpaar achter hoge ramen
roerloos lezend strikt in evenwicht
ieder aan een tafelzijde
grijze haren onder ’t hoge licht

het gele schijnsel dat men er ziet
onthult delen van een kamer en suite
een schoorsteenmantel en een kabinet
de vale glans van pluchen stoelen
welke symmetrisch zijn neergezet

wat mij tijdloos heeft geleken
daar waar ik naar binnen heb gekeken
heeft toch slechts bestaan
tot wat later het kamerlicht werd uitgedaan
en ik ontnuchterd verder ben gegaan

Alfred van Haskerland
1990/2006

Foto: Buys Ballotstraat ca. 1970

 


Steden bij avond

Ik droomde in de steden bij avond
in Parijs liep ik lang over boulevards
zocht francs op het asfalt
de bistro's wenkten
met zwarte koffie en hardgekookte eieren
ik kon er op basketbalschoenen
de morgen afwachten
schrijvend luisterend en drinkend
de eerste vegen rose de eerste arbeiders
op vroege fietsen de eerste métro
met gele mensengezichten en nog vochtig nekhaar
de eerste krant en het eerste licht
ik droomde ik kon spreken in Parijs
en bij Dupont nam men een film op
een sprekende film dat gaat zonder zeggen
een film met Gréco en een man die ik niet zag
de steden bij avond
zijn van de mensen de minnaressen
de steden bij avond
strelen met hun tere lichtende handen
de schouders en de haren van de mensen
ik heb het gezien ik heb het gevoeld
ik heb naar de steden geluisterd
als zij zich neerlegden bij avond
langs hun rivieren en bomen
ik heb met de mensen gesproken
in de cafés en cinema's van hun steden
bij avond en avondlicht
ik heb hun Turkse tabak gerookt
en die uit Amerika en Algerije
ik heb met hen gedronken en gelachen
gekust en geweend
in hun steden bij avond
als zij moe waren en vol moed of moedeloos
ik droomde ik was enkel tong
enkel tanden enkel lippen
ik droomde ik was enkel woorden
en troostende gebaren
ik liep door de steden bij avond
vond de wereld bij elke voetstap
vond geluk in gezichten van mensen
vond verdriet in de adem van hun woorden
ik droomde te over ik droomde
om zes uur in de morgen
mijn hoofd op een tafel
mijn armen om mijn hoofd
mijn vrienden om mij heen
ik droomde met de mensen
ik droomde met de wereld
ik droomde in de steden bij avond

Remco Campert
Uit: Met man en muis
Amsterdam: De Beuk 1955


Foto: At the Café de Flore,
172 Boulevard Saint-Germain
Foto Pam Brown

 
Berlijn Fuggerstraat

hier spiegelt in eenvormigheid
het veelvoud van verweerde vensters
waar geaderd stucwerk barst
aan bovenlijsten met een driehoekgevel
is wat mortel slordig aangestreken

daaronder klinkt een lach op onder praters
aan de maaltijd op een druk bezet terras
de lome zomeravond zucht
en plooit abrupt het tafeldek

een windvlaag kruist de platanen
stukken boomschors vliegen mee
ik zie de getroffen en geblutste auto’s
ontluisterd langs de stoeprand staan

Alfred van Haskerland
1993

 
Den Haag de seniorenstad

een bankje op een lommerrijke laan
als rustplaats bij het zomerse flaneren
bevolkt door oude dames, dito heren
die 's avonds stemmig naar de schouwburg gaan

vergeten is hun jachtig bestaan
de drang naar altijd meer en het presteren
het spreekwoord klopt: de tijd zal het ons leren
de rust staat bij de grijsaard bovenaan

Den Haag hoeft voor de bejaarden niet te bruisen
het is een stad die pracht en kunst bezit
en waar het leven lijkt te zijn bevroren

hier blijven vogels zingen, bomen ruisen
rollator, wandelstok en kunstgebit
zijn thuis in 't paradijs voor senioren

Daan de Ligt
www.daandeligt.nl