Poëzie-Leestafel

...

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Benno Barnard

Leestafel heeft toestemming van
Benno Barnard om zijn gedichten
op de Leestafelsite te plaatsen


 
Moedertaal
In memoriam Christina Van Malde (1919-1995 )


U hebt het witte gezicht van de melk
die ik dronk in het huis aan de Amstel
waar ik geboren ben.(Zeker paste Parijs u
nog in de lente, maar de zomer barstte uit
uw deux-pièces, het werd november; en nu
vulden regen en schemering de ruit:
een negentiende eeuw legde haar blanke hand
op mijn leven.) Mama, ik weet het wel,
ik was een boze bloem met een roze kelk
en ik ben niet veranderd. Ik ben iemand, niemand,
Nederland.
En nog altijd zuigt mijn grote mond
op de consonant die ik zo lekker vond,
nog altijd is mijn oudste klinker een en al verbazing
over mijn gulzigheid en mijn verzadiging.
Ik zal mijn hele leven melk hebben gegeten.

U herinnert mij aan dingen die ik nooit geweten heb.
U maakt rijmpjes, zoals vroeger, en vangt mij in het web
van Sebastiaan.
Vandaag was u weer mijn gouvernante met het knotje:
vandaag hebben we redelijkheid, zedelijkheid,
de vlucht der vogels en een beetje God gedaan.

Pas hier in Antwerpen ben ik van u gaan houden
als een verloofde met blauw geslagen ogen
en het hart van een leeuwin. Vaak zit u aan de bar
te babbelen, maar zijn uw naakte benen in elkaar
verstrengeld
om het kleine roofdier te beschermen...Ik slik
uw diftongen als ouwels en noem u Lieve,
want iemand moet u zonder ironie zo noemen;
ik neem u
mee naar huis en hoor in mijn slaap uw onzekere hakken
op de glanzende honingraat van de kasseien.

U bent Katinka genoemd door mijn later vader.
U bent mijn moeder die niet naar mij luistert,
maar praat dat het gedrukt staat op mijn muren.
O dode moeder,
morgen is er weer een nacht waarin ik opschrijf:

ik ben niet alleen van mijzelf.


Benno Barnard
uit 'De schipbeukeling'
uitg. Atlas. 1996
 

 


Foto met mij.



Zo zat je vaak. Je hand knijpt in de leuning
tot het bot, alsof je zoekt naar het gevoel
dat in je eigen arm ontstaat. Je grondvesten
een stoel, die jou natuurlijk niet begrijpt.

Ik til een glas tot halverwege, dat ik al
was het leeg niet eens kon legen. Een paradox
weegt in mijn lijf, zodat ik niets meer goed kan
maken en niet praten en maar zitten blijf.

Je kijkt verwoed naar voren. Het is blind
in je ogen, het is de zon die verkeerd staat.
Naar binnen toe ben je bang. Voorgevoel. Vrouw
naast man. Stoel naast stoel. Je lacht te laat.

Ik droom ervan. Een hand waarin je hart slaat
houdt me tegen. Blijf, blijf. Pulseren wordt
mijn enige bewegen. Je blijft doordat je gaat.


Benno Barnard
uit 'Het meer in mij'
Arbeiderspers ' 1986

 

Gregoriaans.
Voor Herman De Coninck, 50



Dichter, we moeten praten. Het is toch
februari, de maand waarin ik ben verwekt,
waarin jij bent geboren? En Antwerpen,
dat slaapt en in een vrouwelijke schoot
zijn kinderen en dronkaards draagt,
draagt ook ons beiden. Dichters zijn wij,
en de gelegenheid schept ons.
Zeg mij dan
of dit alles is, of dit onze muziek
moet zijn, dit dichterslatijn over de dood
van niemand en van iedereen, Herman-
en als ik luister naar de Amerikalei
en een sirene hoor zingen over ons hart
en niet weet wat het is: zeg het mij dan.

' Wachten tot je vijftigste.
Dan krijg je dit soort gedicht.'

Dichters zijn wij, die een andere man
in onze gregoriaanse spiegel aanzien
en hem scheren.
De telefoon wacht
op zijn meubel. Regen vult de winternacht,
wind rukt aan een raam dat open moet,
bedaart, gaat liggen, zwijgt, zwijgt en voedt
de stilte. En de stilte is bij ons,
en de stilte is ons.

Dichters zijn wij,
baarlijke engelen, de hemelen mengend
door onze herinnering, en de hel, de hel
door een halve eeuw.

Pratend met onszelf
denk ik: het ga je verdomme goed.


Benno Barnard
uit ' De schipbeukeling'
uitg. Atlas, 1996

(Geschreven voor de 50e verjaardag
van Herman de Coninck)