© Toon Tellegen
uit Gedichten 1977-1999
O pijnlijk is het, onverdraaglijk,
het weinig zichtbare verschil dat soms bestaat
tussen de dierbaarste momenten en de desolaatste.
Elly de Waard
Uit: Afstand
Amsterdam: De Harmonie, 1978
Hans Andreus,
uit: Groen land
Amsterdam: uitg. Holland.
(De windroos, nr. 60).1961
Als een wit laken
Hydrangea’s, dun als vliegerpapier
ritselen zacht in de avondbries.
Langs de vijver wegkwijnende Hosta’s,
Door bleek maanlicht beschenen
een enkele Rudbeckia Fulgida
en een wilde Aquilegia Vulgaris.
Zelfs de Delphinium Grandiflora
kleurt nog eenmaal op.
Ik kijk naar mijn adem
die wolkjes vormt
langs vervagende borders.
De Oenothera Graeca
gaat als een nachtkaars uit.
Rim Sartori
Herfst
Geknakte rietstengels langs
de modderige sloot.
Een lichte nevel
klam en vochtig.
Glijvlucht over
glibberige grond
door geelgroene
bruine bladmoes.
Overal geflierefluit van jewelst
Grauwe ganzen gakken.
Klapwiekende dansers
in V – formatie,
vliegen allen zuidwaarts
naar de horizon.
Een achtergebleven lijster
hangt dood in een struik,
een buizerd loert ernaar
op zijn veel te dunne tak.
Rim Sartori
Dat het zonlicht zoo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel eed'ler maakt van stof,
Dat het windje in de twijgen
Zoo behoedzaam gaat te werk
En aleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,
Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of den goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,
Of te roeren aan den vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,
En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al den weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in den mist.
Jacqueline E. van der Waals
uit: Laatste verzen 1923