De herfst is voor mij alleen.
Ik ben. Ik deel met mijzelf
de appel dood. Ik delf
het klokhuis onder mijn steen.
December. - Sluit het gewelf.
Ik ben die ik ben: al-een,
een huid van herfst om me heen.
Ad de Besten
uit:Tegen mijn verlies,
Holland, Amsterdam 1957