Brieven aan Plinius XX
ach, Plinius, dit zijn de laatste regels,
de takken van mijn spraakgebrek.
en wat aan voelbaarheid niet is bewezen
komt later in de grote trek
van vogels voor de winter.de bomen
in doorzichtige golven van licht, niet
te genezen dierbaarheid van dromen.
de nachten worden gewet aan de ramen.
en trager dan ooit is mijn taal uitgeroeid
in wortels van denken en praten.
ik hoor bij de liefde in schuchtere namen.
mijn lichaam ontsnapt in voorzichtige handen
en kantelt het woord in je tederheid.
de tijd kan langer dan duurzaamheid branden.
Marleen de Créé
Uit: Brieven aan Plinius
Manteau 1984


